Blog: alles over kinderalimentatie

Kinderalimentatie: hoe wordt de hoogte bepaald, wanneer moet je betalen en wat als je niet betaald?

Na een scheiding blijven beide ouders financieel verantwoordelijk voor hun kinderen. Dat betekent dat één van de ouders of beide ouders kinderalimentatie kunnen moeten betalen. In de praktijk bestaan hierover veel vragen. Hoe wordt kinderalimentatie berekend? Wie moet betalen? Geldt de verplichting ook wanneer het kind bij beide ouders woont? En kan de hoogte later nog worden aangepast?

 

In deze blog leggen wij uit wat kinderalimentatie is, hoe de rechter de hoogte bepaalt, wat er gebeurt als iemand de kinderalimentatie niet betaalt en welke wettelijke regels daarbij gelden.

Wat is kinderalimentatie?

Kinderalimentatie is de financiële bijdrage die ouders leveren aan de kosten van verzorging en opvoeding van hun kinderen. Voor minderjarige kinderen zijn ouders wettelijk verplicht om naar draagkracht bij te dragen aan deze kosten, dit wordt ook wel onderhoudsplicht genoemd (artikel 1:404 lid 1 BW). 

 

Voor jongmeerderjarigen tussen de 18 en 21 jaar geldt een afzonderlijke onderhoudsplicht. Ouders zijn verplicht bij te dragen in de kosten van levensonderhoud en studie van hun kinderen totdat zij de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt (artikel 1:395a lid 1 BW).

 

Kinderalimentatie is dus geen vrijwillige bijdrage, maar een wettelijke onderhoudsverplichting.

Hoe wordt kinderalimentatie berekend?

Veel mensen denken dat voor kinderalimentatie een vast bedrag geldt. Dat is niet het geval. De hoogte van de bijdrage wordt steeds vastgesteld aan de hand van de omstandigheden van het geval.

 

Bij het bepalen van het bedrag kijkt de rechter naar twee hoofdvragen (artikel 1:397 lid 1 BW en ECLI:NL:HR:2022:1924):

  • wat heeft het kind financieel nodig (de behoefte);
  • hoeveel kunnen beide ouders betalen (de draagkracht).

Het Rapport Alimentatienormen is geen wet, maar in de praktijk wordt dit rapport vrijwel altijd door rechters gebruikt bij het berekenen van kinderalimentatie.

Stap 1: de behoefte van het kind

De eerste stap is het vaststellen van de behoefte van het kind. Daarbij wordt meestal gekeken naar het netto besteedbaar gezinsinkomen tijdens de relatie. Vervolgens wordt aan de hand van de Nibud-tabellen bepaald welk bedrag gemiddeld nodig is voor de verzorging en opvoeding van het kind.

 

De rechtbank Amsterdam overwoog hierover:

"Zolang ouders niet gescheiden zijn, is het gezinsinkomen bepalend voor de uitgaven die ten behoeve van het kind worden gedaan. Dit gezinsinkomen moet dan ook de maatstaf zijn bij het hanteren van de tabel, ook na de (echt)scheiding." (ECLI:NL:RBAMS:2022:3312)

Stap 2: de draagkracht van beide ouders

Nadat de behoefte van het kind is vastgesteld, beoordeelt de rechter hoeveel iedere ouder financieel kan bijdragen.

Daarbij wordt gekeken naar onder meer:

  • het inkomen;
  • vaste lasten;
  • fiscale regelingen;
  • eventuele andere onderhoudsverplichtingen.

Ook hiervoor wordt in de praktijk het Rapport Alimentatienormen gebruikt.

De rechtbank Den Haag overwoog:

"De rechtbank volgt daarbij het Rapport Alimentatienormen, waaruit volgt dat het eigen aandeel in de kosten van de kinderen tussen partijen moet worden verdeeld naar rato van hun draagkracht."

(ECLI:NL:RBDHA:2026:9390)

Wanneer een ouder meerdere kinderen uit verschillende relaties heeft en onvoldoende draagkracht heeft om volledig aan alle onderhoudsverplichtingen te voldoen, wordt de beschikbare draagkracht in beginsel gelijk verdeeld over alle kinderen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om hiervan af te wijken (ECLI:NL:HR:2023:1480).

Stap 3: verdeling van de kosten

Nadat de draagkracht van beide ouders is vastgesteld, wordt bepaald welk deel van de kosten iedere ouder moet dragen.

 

Dat betekent dat niet automatisch één ouder alle kinderalimentatie betaalt. Beide ouders dragen naar rato van hun financiële mogelijkheden bij aan de kosten van hun kind.

Stap 4: zorgkorting

Wanneer de ouder die kinderalimentatie betaalt ook zelf een deel van de dagelijkse verzorging van het kind op zich neemt, wordt hiermee rekening gehouden via de zogenoemde zorgkorting.

 

Hoe meer zorgdagen een ouder heeft, hoe hoger de zorgkorting doorgaans is.

 

Is er sprake van een tekort aan gezamenlijke draagkracht, dan kan deze zorgkorting geheel of gedeeltelijk vervallen (ECLI:NL:RBDHA:2025:27788 en ECLI:NL:RBDHA:2022:13637).

Een eenmaal vastgestelde kinderalimentatie blijft niet altijd hetzelfde. Om de bijdrage zoveel mogelijk te laten aansluiten bij stijgende kosten van levensonderhoud, geldt er een automatische jaarlijkse indexering (artikel 1:402a BW). 

 

Als de financiële omstandigheden van één van de ouders later ineens verandert of de behoeften van het kind wijzigen, dan kan de rechter ook de kinderalimentatie aanpassen (artikel 1:401 BW). Wijziging is onder meer mogelijk wanneer:

  • de omstandigheden zijn veranderd;
  • bij de oorspronkelijke beslissing is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens;
  • een overeenkomst is gesloten met grove miskenning van de wettelijke maatstaven.

Ook de ingangsdatum van een wijziging wordt door de rechter vastgesteld. Daarbij heeft de rechter volgens de Hoge Raad een ruime beoordelingsvrijheid, al moet met terugwerkende kracht terughoudend worden omgegaan (ECLI:NL:HR:2025:1165 en ECLI:NL:GHAMS:2026:1117).

Wat gebeurt er als een ouder de kinderalimentatie niet betaalt?

Wanneer een ouder de kinderalimentatie niet betaald, betekent dit niet dat de betalingsverplichting vervalt (artikel 1:404 lid 1 BW). De verplichting blijft in beginsel bestaan totdat de rechter de alimentatie wijzigt of beëindigt. Zolang dat niet is gebeurd, ontstaat een betalingsachterstand die kan worden ingevorderd.

 

Inning via het LBIO

Betaalt een ouder de kinderalimentatie niet, dan kan de andere ouder in veel gevallen het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) inschakelen. Het LBIO kan de achterstallige alimentatie innen op basis van de bestaande executoriale titel en kan daarbij overgaan tot executiemaatregelen (artikel 1:408 lid 1 BW). 

 

Wanneer het LBIO de inning overneemt, komen de invorderingskosten in beginsel voor rekening van de onderhoudsplichtige. Deze opslag is € 19 per maand of 1,5% van het verschuldigde bedrag indien het hoger is (artikel 1 van het Besluit kosten inning kinderalimentatie).

 

Beslag op inkomen of vermogen

Blijft betaling alsnog uit, dan kan beslag worden gelegd op loon of andere periodieke inkomsten (artikel 479b Rv). Daarbij geldt wel de wettelijke beslagvrije voet, zodat de onderhoudsplichtige voldoende inkomen overhoudt om in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud te voorzien (artikelen 475b en 475d Rv). 

 

In uitzonderlijke gevallen kan de rechter zelfs lijfsdwang toestaan (artikel 585 Rv). Dit houdt in dat een onderhoudsplichtige ouder gedurende een bepaalde periode kan worden gegijzeld om hem of haar ertoe te bewegen de rechterlijke beslissing na te leven. Dit is een zeer ingrijpend dwangmiddel dat slechts wordt toegepast wanneer andere executiemiddelen geen resultaat hebben opgeleverd en de omstandigheden dit rechtvaardigen. 

 

Hierbij wordt wel duidelijk onderscheid gemaakt tussen een ouder die niet kan betalen en een ouder die niet wil betalen. Zo oordeelde de rechtbank Rotterdam dat een vader de achterstallige kinderalimentatie alsnog moest betalen, omdat hij onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie (ECLI:NL:RBROT:2023:12213). Daartegenover staat dat de rechtbank Rotterdam een verzoek tot lijfsdwang afwees, omdat aannemelijk was geworden dat sprake was van daadwerkelijke betalingsonmacht (ECLI:NL:RBROT:2026:2352).

Kan kinderalimentatie later worden gewijzigd?

Conclusie

Kinderalimentatie is een wettelijke onderhoudsverplichting die ervoor zorgt dat beide ouders naar draagkracht bijdragen aan de kosten van hun kind. De hoogte van de bijdrage wordt bepaald aan de hand van de behoefte van het kind en de financiële draagkracht van beide ouders.

 

De berekening verloopt in de praktijk doorgaans in vier stappen:

  1. vaststellen van de behoefte van het kind;
  2. vaststellen van de draagkracht van beide ouders;
  3. verdeling van de kosten naar rato van draagkracht;
  4. toepassing van de zorgkorting en eventuele correcties.

Veranderen de financiële of persoonlijke omstandigheden, dan kan de rechter de kinderalimentatie wijzigen. Totdat een rechter een nieuwe beslissing heeft genomen, blijft de bestaande betalingsverplichting echter gelden. Een ouder kan daarom niet op eigen houtje stoppen met het betalen van kinderalimentatie. Gebeurt dat toch, dan kan een betalingsachterstand ontstaan die onder meer via het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of met executiemaatregelen kan worden geïnd.

 

Het is daarom verstandig om bij een wijziging van de financiële situatie of andere relevante omstandigheden tijdig juridisch advies in te winnen en, indien nodig, een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie bij de rechter in te dienen.

Over de auteur

Dit artikel is geschreven door Nikita van Boom, oprichter van Virtulaw. 

 

Virtulaw is de strategische partner voor online zichtbaarheid van advocatenkantoren. Van juridische content en social media tot SEO en SEA.

 

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.