Blog: bestuurder persoonlijk aansprakelijk

Wanneer ben je als bestuurder van een BV en NV persoonlijk aansprakelijk?

Veel bestuurders van een BV of NV gaan ervan uit dat zij nooit persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schulden van de vennootschap. Dat uitgangspunt is grotendeels juist: in beginsel is de vennootschap zelf aansprakelijk voor haar verplichtingen. Toch zijn er situaties waarin een bestuurder wél persoonlijk kan worden aangesproken. 

 

De wet en de rechtspraak onderscheiden daarbij drie belangrijke vormen van bestuurdersaansprakelijkheid: interne aansprakelijkheid tegenover de vennootschap (1), aansprakelijkheid in faillissement (2) en externe aansprakelijkheid tegenover derden (3).

Het uitgangspunt: geen persoonlijke aansprakelijkheid

Een bestuurder is niet automatisch persoonlijk aansprakelijk. In de meeste gevallen is de vennootschap zelf verantwoordelijk voor het betalen van haar schulden. Alleen in bijzondere situaties kan een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer sprake is van onbehoorlijk bestuur of wanneer de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Afhankelijk van de situatie kan een bestuurder aansprakelijk zijn:

  • tegenover de vennootschap wegens onbehoorlijke taakvervulling;
  • tegenover de faillissementsboedel wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur;
  • tegenover schuldeisers of andere derden op grond van onrechtmatige daad.

De Hoge Raad benadrukt dat voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders tegenover derden een hoge drempel geldt. Alleen wanneer de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, kan hij naast de vennootschap aansprakelijk worden gehouden.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement (artikel 2:248 en 2:138 BW)

Wanneer een BV failliet gaat, geldt een zwaardere aansprakelijkheidsnorm. Iedere bestuurder is tegenover de faillissementsboedel hoofdelijk aansprakelijk indien:

  • het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld; en
  • aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

De wet bevat bovendien een belangrijke bewijsregel. Wanneer het bestuur niet heeft voldaan aan de administratieplicht of de verplichting tot tijdige openbaarmaking van de jaarrekening, ontstaat het vermoeden dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur en dit onbehoorlijke bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. De bestuurder kan dit vermoeden wel proberen te weerleggen, maar dat is in de praktijk vaak lastig 2:248 lid 2 en artikel 2:138 lid 2 BW).

Interne bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 2:9 BW)

De eerste vorm van bestuurdersaansprakelijkheid speelt tussen de bestuurder en de vennootschap zelf. Een bestuurder kan dus door de BV of NV aansprakelijk worden gesteld als hij zijn taken niet goed heeft uitgevoerd.

Een bestuurder is persoonlijk aansprakelijk wanneer hij zijn bestuurstaak onbehoorlijk heeft vervuld én hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt (artikel 2:9 lid 1 BW). Of daarvan sprake is, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Daarbij kijkt de rechter onder meer naar:

  • de aard van de werkzaamheden;
  • de risico's die bij de onderneming horen;
  • de taakverdeling binnen het bestuur;
  • de informatie waarover de bestuurder beschikte;
  • hoe een zorgvuldig en redelijk handelend bestuurder in dezelfde situatie zou hebben gehandeld.

De Hoge Raad bevestigde deze maatstaf opnieuw in het Parkdale-arrest (HR 26 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:681).

 

Bestaat het bestuur uit meerdere bestuurders? Dan zijn zij in eerste instantie allemaal aansprakelijk voor onbehoorlijk bestuur (artikel 2:9 lid 2 BW). Een bestuurder kan hieraan ontkomen als hij kan aantonen dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt treft én dat hij voldoende heeft gedaan om de gevolgen van het onbehoorlijke bestuur te voorkomen.

Externe bestuurdersaansprakelijkheid tegenover derden

Een bestuurder kan niet alleen door de vennootschap aansprakelijk worden gesteld, maar in sommige gevallen ook door schuldeisers, klanten, leveranciers of andere derden (6:162 BW onrechtmatige daad).

 

De Hoge Raad benadrukt dat ook hiervoor een hoge drempel geldt.  Pas als de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, kan hij naast de vennootschap aansprakelijk worden gesteld.

 

Er zijn twee arresten die het belangrijkste uitgangspunt zijn bij de beoordeling van externe bestuurdersaansprakelijkheid.

 

 (1) Uit het Beklamel-arrest (HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521) volgt dat een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan zijn wanneer hij namens de vennootschap een overeenkomst sluit, terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat:

  • de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen; én
  • de wederpartij daardoor schade zou lijden en die schade niet op de vennootschap zou kunnen verhalen.

Met andere woorden: een bestuurder mag geen overeenkomsten sluiten als hij weet dat de onderneming deze waarschijnlijk niet kan nakomen en de andere partij daardoor met lege handen achterblijft.

 

(2) Het Ontvanger/Roelofsen-arrest

De Hoge Raad heeft bovenstaande regels verder uitgewerkt in het Ontvanger/Roelofsen-arrest (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758). In de praktijk zijn er twee situaties waarin een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan zijn tegenover derden:

  • Beklamel-situaties: de bestuurder gaat namens de vennootschap verplichtingen aan terwijl hij weet of behoort te weten dat de vennootschap deze niet kan nakomen.
  • Frustratie van betaling of verhaal: de bestuurder zorgt ervoor, of laat toe, dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt en maakt het tegelijkertijd onmogelijk voor schuldeisers om hun geld alsnog te verhalen. Ook hierbij moet de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt.

 

Bijzondere regelingen
 

Naast de drie hoofdvormen van bestuurdersaansprakelijkheid kent de wet ook enkele specifieke situaties waarin een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. 

 

Zo kunnen bestuurders aansprakelijk zijn wanneer een misleidende jaarrekening, tussentijdse cijfers of een bestuursverslag wordt gepubliceerd (artikelen 2:139 en 2:249 BW). Ook voor belastingschulden geldt een aparte regeling. Als een bestuurder bijvoorbeeld niet tijdig melding maakt van betalingsonmacht, kan dit onder omstandigheden leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid.

 

Conclusie

Het uitgangspunt van het Nederlandse ondernemingsrecht is duidelijk: bestuurders zijn niet automatisch persoonlijk aansprakelijk voor schulden van de vennootschap. Dat verandert alleen wanneer aan de wettelijke voorwaarden voor bestuurdersaansprakelijkheid is voldaan.

 

Er zijn drie hoofdvormen van aansprakelijkheid:

  • Interne aansprakelijkheid tegenover de vennootschap (artikel 2:9 BW), waarbij een bestuurder aansprakelijk is als hij zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
  • Faillissementsaansprakelijkheid tegenover de faillissementsboedel (artikel 2:248 BW voor de BV en artikel 2:138 BW voor de NV), waarvoor kennelijk onbehoorlijk bestuur én een belangrijke oorzaak van het faillissement vereist zijn.
  • Externe aansprakelijkheid tegenover derden (artikel 6:162 BW), waarbij volgens de rechtspraak van onder meer Beklamel en Ontvanger/Roelofsen slechts onder bijzondere omstandigheden persoonlijke aansprakelijkheid ontstaat.

De Hoge Raad blijft benadrukken dat voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders een hoge drempel geldt. Alleen wanneer een bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, kan hij naast de vennootschap aansprakelijk worden gehouden. Daarmee wordt enerzijds bescherming geboden aan schuldeisers en andere benadeelden, terwijl anderzijds wordt voorkomen dat bestuurders al bij iedere ondernemingsfout persoonlijk aansprakelijk zijn.

 

Gebruikte bronnen: Artikel 2:9 BW, artikel 2:138 BW, artikel 2:139 BW, artikel 2:248 BW, artikel 2:249 BW, artikel 6:162 BW, HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521 (Beklamel), HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen), HR 6 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1371, HR 26 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:681 (Parkdale), Van bestuurders, onrecht en verwijtbaarheid, Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid: Een maatpak voor de Board Room.

Over de auteur

Dit artikel is geschreven door Nikita van Boom, oprichter van Virtulaw. 

 

Virtulaw is de strategische partner voor online zichtbaarheid van advocatenkantoren. Van juridische content en social media tot SEO en SEA.

 

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.