Blog: wanneer betalen bij meerwerk aannemer

Meerwerk en minderwerk bij aanneming van werk: wanneer moet de opdrachtgever betalen?

Tijdens een bouwproject verandert een opdracht regelmatig. Een opdrachtgever wil een extra badkamer, een andere trap of aanvullende installaties. Ook kan juist een deel van het werk komen te vervallen. Op dat moment ontstaat al snel discussie over de vraag of de aanneemsom moet worden aangepast.

 

Veel aannemers gaan ervan uit dat uitgevoerd meerwerk automatisch betaald moet worden. Opdrachtgevers denken daar vaak anders over. Andersom verwachten opdrachtgevers bij minderwerk dikwijls vanzelfsprekend een lagere prijs, terwijl ook dat juridisch niet altijd eenvoudig ligt.

 

In deze blog leest u wanneer sprake is van meerwerk of minderwerk, wanneer een aannemer aanspraak kan maken op een hogere vergoeding en wanneer een opdrachtgever juist recht heeft op een lagere aanneemsom. Daarbij wordt ingegaan op de relevante bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek en recente rechtspraak van de Hoge Raad en lagere rechters.

Wat is aanneming van werk?

Een aannemingsovereenkomst is een overeenkomst waarbij de aannemer zich tegenover de opdrachtgever verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, terwijl de opdrachtgever daarvoor een prijs in geld betaalt (artikel 7:750 lid 1 BW).

 

In de praktijk wordt vaak een vaste aanneemsom afgesproken. Toch blijft die prijs niet altijd hetzelfde. Tijdens de uitvoering kunnen immers wijzigingen ontstaan die invloed hebben op de uiteindelijke prijs van het werk.

Wanneer is sprake van meerwerk?

Van meerwerk is sprake wanneer de opdrachtgever tijdens de uitvoering van het werk wijzigingen of aanvullingen verlangt die buiten de oorspronkelijke overeenkomst vallen. Denk bijvoorbeeld aan:

  • een extra dakkapel;
  • aanvullende elektrawerkzaamheden;
  • een luxere keuken;
  • een gewijzigde indeling van een woning;

Moet een opdrachtgever meerwerk altijd betalen?

Dat een aannemer extra werkzaamheden heeft uitgevoerd, betekent niet automatisch dat daarvoor ook betaald moet worden.

 

De Hoge Raad heeft dit uitgangspunt recent nogmaals bevestigd in zijn arrest van 12 juli 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1073). De rechter moet steeds twee afzonderlijke vragen beantwoorden:

  1. Heeft de aannemer de opdrachtgever tijdig gewaarschuwd dat de gewenste wijziging tot een prijsverhoging zou leiden?
  2. Zo nee, moest de opdrachtgever uit zichzelf begrijpen dat de wijziging extra kosten met zich zou brengen?

Pas wanneer één van deze vragen bevestigend wordt beantwoord, kan een aannemer in eerste instantie aanspraak maken op betaling van het meerwerk. 

Wanneer had een opdrachtgever de prijsverhoging uit zichzelf moeten begrijpen?

Juist over deze uitzondering ontstaat in de praktijk veel discussie

 

Zo oordeelde de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2022:3612) dat een opdrachtgever had moeten begrijpen dat onder meer een extra beveiligingscamera, gewijzigde bouwplannen, een tv-lift en aanvullende montagewerkzaamheden tot extra kosten zouden leiden. Uit de aard van deze werkzaamheden volgde immers dat daarvoor extra arbeid en materialen nodig waren. Daarentegen werd dezelfde opdrachtgever niet geacht te begrijpen dat een andere kleur schakelmateriaal of extra arbeidsuren voor netwerk- en wifi-installaties automatisch buiten de oorspronkelijke prijs vielen. Voor dergelijke wijzigingen was een duidelijke prijswaarschuwing wel noodzakelijk.

 

Ook de rechtbank Gelderland heeft onlangs geoordeeld dat de kenbaarheid van een prijsverhoging vooral aanwezig is wanneer werkzaamheden niet zijn opgenomen in de oorspronkelijke offerte of begroting (ECLI:NL:RBGEL:2026:3008). Daarbij ging het onder meer om extra sloopwerk, buitenroosters, badkamermeubels, eikenhouten dorpels, kunststoflijsten en leuningen. Omdat deze werkzaamheden zichtbaar buiten de oorspronkelijke begroting vielen, moest de opdrachtgever begrijpen dat zij extra kosten met zich zouden brengen.

 

Uit de rechtspraak ontstaat daarmee een duidelijke lijn. Van een opdrachtgever zal eerder verwacht worden een prijsverhoging te begrijpen wanneer sprake is van:

  • ingrijpende wijzigingen van het oorspronkelijke bouwplan;
  • bijzondere of luxe wensen die niet in de offerte voorkomen;
  • aanvullende werkzaamheden die pas tijdens de uitvoering worden opgedragen;
  • werkzaamheden waarvoor extra materialen of gespecialiseerde derden moeten worden ingeschakeld;
  • werkzaamheden die evident buiten de oorspronkelijke begroting vallen.

Daar staat tegenover dat een aannemer niet automatisch mag aannemen dat iedere wijziging extra betaald moet worden. Gaat het om een beperkte aanpassing of een wijziging waarvan een opdrachtgever redelijkerwijs mocht denken dat deze binnen de oorspronkelijke prijs viel, dan blijft een tijdige waarschuwing noodzakelijk.

Wat moet een aannemer bewijzen?

Een veelgemaakte fout in procedures is dat een aannemer volstaat met de stelling dat "de opdrachtgever wel wist dat sprake was van meerwerk". Dat is niet goed genoeg. Op de aannemer rust de stelplicht, en wanneer de opdrachtgever de vordering betwist ook de bewijslast.

 

Uit de beschikbare rechtspraak volgt dat een aannemer daarbij in ieder geval moet kunnen onderbouwen:

  • welke wijziging of toevoeging de opdrachtgever precies heeft verlangd;
  • waarom deze werkzaamheden buiten de oorspronkelijke overeenkomst vielen;
  • dat de werkzaamheden niet in de offerte, begroting of vaste aanneemsom waren opgenomen;
  • waarom voor juist deze opdrachtgever duidelijk moest zijn dat de wijziging extra kosten zou veroorzaken.

Wanneer is sprake van minderwerk?

Waar meerwerk ziet op aanvullende werkzaamheden, is van minderwerk sprake wanneer een deel van de oorspronkelijk overeengekomen werkzaamheden uiteindelijk niet wordt uitgevoerd. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren omdat de opdrachtgever bepaalde onderdelen laat vervallen, kiest voor een eenvoudiger uitvoering of besluit een deel van het werk door een andere partij te laten uitvoeren.

 

Een vordering wegens minderwerk is mogelijk en kan leiden tot een verlaging van de aanneemsom of een zelfstandige betalings- of verrekeningsvordering (HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:821).

Heeft een opdrachtgever altijd recht op een lagere aanneemsom bij minderwerk?

Niet altijd. Er moet namelijk onderscheid worden gemaakt tussen minderwerk en een efficiëntere uitvoering van hetzelfde werk.

 

Wanneer een aannemer erin slaagt het overeengekomen werk goedkoper of efficiënter uit te voeren dan aanvankelijk was begroot, betekent dit niet automatisch dat sprake is van minderwerk. Doorslaggevend is of daadwerkelijk minder prestaties zijn geleverd dan partijen oorspronkelijk zijn overeengekomen.

Praktische tips voor aannemers
 

Veel procedures hadden kunnen worden voorkomen wanneer wijzigingen tijdens de uitvoering beter waren vastgelegd.

 

Voor aannemers is het daarom verstandig om:

  • iedere wijziging schriftelijk te bevestigen;
  • duidelijk te omschrijven welke werkzaamheden veranderen;
  • vooraf aan te geven welke prijsverhoging daarmee samenhangt;
  • vast te leggen dat de opdrachtgever akkoord is;
  • offertes, e-mails en bouwverslagen zorgvuldig te bewaren.

Mondelinge afspraken zijn juridisch mogelijk, maar leveren vaak bewijsproblemen op wanneer partijen later van mening verschillen.

Ook opdrachtgevers kunnen veel discussies voorkomen.

 

Vraag bij iedere wijziging vooraf:

  • valt deze wijziging binnen de oorspronkelijke aanneemsom;
  • hoeveel extra kosten brengt de wijziging met zich mee;
  • wanneer wordt het meerwerk uitgevoerd;
  • wordt de wijziging schriftelijk bevestigd?

Wanneer hierover vooraf duidelijkheid bestaat, ontstaat achteraf veel minder ruimte voor discussie.

Praktische tips voor opdrachtgevers
 

Conclusie

Meerwerk hoeft niet automatisch te worden betaald omdat de werkzaamheden zijn uitgevoerd. Een aannemer kan alleen een prijsverhoging vorderen wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak daarvan, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen.

 

De aannemer zal concreet moeten stellen en bewijzen welke wijziging de opdrachtgever heeft verlangd, waarom deze buiten de oorspronkelijke overeenkomst viel en welke omstandigheden maakten dat juist deze opdrachtgever de financiële gevolgen moest begrijpen. 

 

Prijskenbaarheid wordt vooral aangenomen bij ingrijpende wijzigingen van het bouwplan, bijzondere wensen van de opdrachtgever, werkzaamheden die duidelijk buiten de offerte of begroting vallen en situaties waarin de opdrachtgever, gelet op zijn deskundigheid of de beschikbare informatie, de financiële consequenties redelijkerwijs had moeten overzien.

 

Voor minderwerk geldt een andere systematiek. Daadwerkelijk vervallen werkzaamheden leiden in eerste instantie tot een verlaging van de aanneemsom of een zelfstandige betalings- of verrekeningsvordering. Een efficiëntere uitvoering of een kostenbesparing voor de aannemer levert daarentegen niet automatisch minderwerk op.

 

De belangrijkste les is dat goede communicatie en een zorgvuldige vastlegging van wijzigingen essentieel zijn. Door wijzigingen vooraf schriftelijk vast te leggen en duidelijkheid te creëren over de financiële gevolgen, kunnen veel kostbare procedures worden voorkomen.

 

Over de auteur

Dit artikel is geschreven door Nikita van Boom, oprichter van Virtulaw. 

 

Virtulaw is de strategische partner voor online zichtbaarheid van advocatenkantoren. Van juridische content en social media tot SEO en SEA.

 

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.