Ontslag op staande voet ongeldig: snelle actie vereist

Vechtpartij kost baan, maar ontslag op staande voet houdt geen stand

Een magazijnmedewerker raakt na werktijd betrokken bij een vechtpartij met een vrachtwagenchauffeur op het terrein van zijn werkgever. De werkgever grijpt hard in en ontslaat de werknemer een week later op staande voet. Daarbij beroept hij zich op een strikt zero-tolerancebeleid ten aanzien van geweld op de werkvloer.

 

Op het eerste gezicht lijkt dat een logische stap. Geweld op de werkvloer wordt immers doorgaans beschouwd als een ernstige schending van de arbeidsverhouding. Toch oordeelt de kantonrechter dat het ontslag op staande voet geen stand kan houden.

 

Ontslag niet onverwijld gegeven

Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet geldt dat de werkgever onmiddellijk moet handelen zodra hij bekend is met de feiten die het ontslag rechtvaardigen. In deze zaak beschikte de werkgever al op de dag van het incident over camerabeelden en was hij op de hoogte van wat er was gebeurd.

 

Desondanks werd pas een week later besloten tot ontslag op staande voet. Volgens de kantonrechter ontbrak een voldoende rechtvaardiging voor deze vertraging. Daarmee werd niet voldaan aan het vereiste dat een ontslag op staande voet onverwijld moet worden gegeven. Het ontslag was daarom ongeldig.

 

 

Ernstig verwijtbaar handelen

Dat betekende echter niet dat de werknemer vrijuit ging. De rechter bekeek vervolgens de camerabeelden en stelde vast dat de werknemer zijn auto had geparkeerd, terugliep naar het terrein, op de vrachtwagenchauffeur wachtte en vervolgens zelf de fysieke confrontatie zocht.

 

De werknemer voerde nog aan dat hij was bespuugd en dat zijn PTSS en autisme hadden geleid tot een impulsdoorbraak. De rechter vond deze stellingen echter onvoldoende onderbouwd.

Volgens de kantonrechter was sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Het gedrag van de werknemer was zodanig ernstig dat voortzetting van het dienstverband niet van de werkgever kon worden verlangd.

 

 

Wel vernietiging van het ontslag, maar einde dienstverband

Hoewel het ontslag op staande voet werd vernietigd vanwege het ontbreken van onverwijldheid, werd de arbeidsovereenkomst alsnog per direct ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.

De werknemer kreeg nog recht op loon over de tussenliggende periode, maar liep een transitievergoeding en billijke vergoeding mis.

 

 

Conclusie

Deze uitspraak laat zien dat ernstig wangedrag van een werknemer een einde van het dienstverband kan rechtvaardigen. Tegelijkertijd benadrukt de zaak dat werkgevers ook in dergelijke situaties zorgvuldig moeten handelen. Wie kiest voor ontslag op staande voet, moet voortvarend optreden. Zelfs wanneer de reden voor ontslag zwaar genoeg is, kan een te late reactie ertoe leiden dat het ontslag geen stand houdt.

 

 

Rechtbank Limburg, 5 juni 2026


ECLI:NL:RBLIM:2026:1080

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.