Poging tot moord, maar geen straf. Toch moet de verdachte betalen
Een man steekt met een porseleinen scherf in op het gezicht en de hals van een medebewoner van een tbs-kliniek. De rechtbank acht poging tot moord bewezen, maar legt geen straf op. Toch blijft het slachtoffer niet met lege handen achter: de verdachte moet ruim € 15.000 aan schadevergoeding betalen.
Hoe kan het dat iemand die schuldig wordt bevonden aan een poging tot moord geen straf krijgt, maar wel aansprakelijk wordt gehouden voor de schade? Die vraag stond centraal in een opvallende uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland.
Volledig ontoerekeningsvatbaar
Uit onderzoek van een psychiater en psycholoog bleek dat de verdachte leed aan schizofrenie. Door een psychose hoorde hij stemmen die hij ervoer als opdrachten van God. Volgens de deskundigen was hij op het moment van het incident niet in staat de wederrechtelijkheid van zijn handelen te overzien. De rechtbank nam die conclusie over en oordeelde dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was. Het gevolg: hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging. Dat betekent overigens niet dat de rechtbank de feiten niet bewezen achtte. Integendeel, de poging tot moord werd wel degelijk bewezen verklaard.
Geen nieuwe tbs-maatregel
Normaal gesproken kan een ontoerekeningsvatbare verdachte een tbs-maatregel opgelegd krijgen. In dit geval liep de verdachte echter al een bestaande tbs-maatregel. Omdat de stoornis nog steeds aanwezig was en de behandeling al plaatsvond binnen die lopende maatregel, zag de rechtbank geen reden om opnieuw tbs op te leggen. De bestaande behandeling werd voortgezet.
Toch recht op schadevergoeding
Het slachtoffer had een schadevergoeding gevorderd van ruim € 22.000. Opvallend genoeg ontstond hierdoor een juridisch probleem. Volgens de letter van de wet is een benadeelde partij normaal gesproken alleen ontvankelijk wanneer aan de verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd. Omdat de verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging én geen nieuwe maatregel kreeg opgelegd, leek de schadevordering vast te lopen.
De rechtbank koos echter voor een andere benadering.
Rechter kijkt naar bedoeling van de wet Volgens de rechtbank zou het onlogisch zijn wanneer een slachtoffer zijn schade niet vergoed kan krijgen enkel omdat de dader ontoerekeningsvatbaar is verklaard. In het civiele recht vormt ontoerekeningsvatbaarheid immers geen automatische belemmering voor aansprakelijkheid.
Daarom keek de rechtbank niet alleen naar de letter van de wet, maar ook naar de bedoeling ervan. De vordering werd ontvankelijk verklaard en grotendeels toegewezen.
De verdachte moest uiteindelijk € 15.150 aan schadevergoeding betalen, bestaande uit materiële schade en immateriële schade wegens het opgelopen letsel.
Wat maakt deze uitspraak bijzonder?
De uitspraak laat zien dat een verdachte strafrechtelijk niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn daden, terwijl hij civielrechtelijk toch aansprakelijk blijft voor de schade die hij veroorzaakt. Daarnaast laat de rechtbank zien dat zij soms vooruitloopt op toekomstige wetgeving wanneer dat beter aansluit bij de bedoeling van de wet en de bescherming van slachtoffers. Voor slachtoffers betekent dit dat een ontoerekeningsvatbare dader niet automatisch buiten schot blijft als het gaat om schadevergoeding.
Rechtbank Noord-Nederland, 2 juni 2026