Nieuwe bank geleverd, maar ook een kras in de vloer. Wie betaalt de schade?
Een consument koopt een nieuwe bank bij een meubelwinkel. Niet alleen de levering, maar ook de montage wordt door de verkoper verzorgd. Kort na de levering ontdekt de consument echter een forse kras van ongeveer vijftig centimeter in haar eikenhouten vloer.
Volgens de consument was de schade ontstaan tijdens het manoeuvreren van de bank door de woning. De meubelwinkel wees iedere aansprakelijkheid van de hand en stelde dat haar medewerkers geen schade hadden veroorzaakt. De kwestie belandde uiteindelijk bij de kantonrechter.
Schade tijdens levering
De consument legde uitgebreid uit hoe de levering was verlopen. Volgens haar werd de bank met uitstekende metalen poten door de ruimte gedraaid. Toen bleek dat een onderdeel verkeerd was geleverd, ontstond discussie tijdens de montage. Kort daarna ontdekte zij de beschadiging aan haar vloer. Opvallend was dat zij dezelfde dag nog melding maakte van de schade en direct foto's aan de meubelwinkel toestuurde. De meubelwinkel ontkende dat haar medewerkers verantwoordelijk waren. Volgens het bedrijf hadden de bezorgers aangegeven geen schade te hebben veroorzaakt.
Onvoldoende verweer
De rechter vond de uitleg van de consument overtuigend. Zij had gedetailleerd beschreven wat er tijdens de levering was gebeurd en waarom zij de beschadiging niet direct had opgemerkt. Daartegenover stond slechts een algemene ontkenning van de meubelwinkel. De rechter oordeelde dat van het bedrijf mocht worden verwacht dat het concreter zou uitleggen hoe de levering was uitgevoerd en welke voorzorgsmaatregelen waren genomen om schade te voorkomen. Omdat die onderbouwing ontbrak, ging de rechter uit van de lezing van de consument.
Schadevergoeding toegewezen
Volgens de rechter had de meubelwinkel haar verplichting om de bank zorgvuldig te leveren en te monteren geschonden. Daarmee was sprake van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.
De consument had een offerte laten opstellen voor herstel van de vloer. De kosten bedroegen € 2.220,11. Omdat de hoogte van de schade niet werd betwist, werd de volledige vordering toegewezen. Daarnaast moest de meubelwinkel ook de proceskosten van de consument betalen.
Wat kunnen ondernemers hiervan leren?
Deze uitspraak laat zien dat een algemene ontkenning vaak onvoldoende is wanneer een klant een schadeclaim goed onderbouwt. Wie stelt dat schade niet door zijn medewerkers is veroorzaakt, zal dat ook concreet moeten kunnen toelichten.
Voor bedrijven die leveren, monteren of werkzaamheden uitvoeren bij klanten thuis, onderstreept deze zaak het belang van een zorgvuldige werkwijze en een goede vastlegging van de uitvoering. Ontbreekt die onderbouwing, dan kan een schadeclaim al snel voor rekening van het bedrijf komen.
Rechtbank Overijssel, 5 augustus 2025